zonuur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·uur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zonuur zonuren
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zonuur#de tijdspanne van één uur dat de zon schijnt zonder bewolking

    • Het aantal zonuren is in Spanje een stuk groter dan in Nederland. 

Gangbaarheid