decennium

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·cen·ni·um
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Latijnse decem (tien).
enkelvoud meervoud
naamwoord decennium decennia
decenniën
verkleinwoord decenniumpje decenniumpjes

Zelfstandig naamwoord

decennium o

  1. (tijdrekening), (eenheid) een periode van tien jaar
    • In dat decennium vond de oorlog plaats. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie