oer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oer
enkelvoud meervoud
naamwoord oer -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

oer o

  1. (mineralogie) een ijzerhoudende grondsoort
    Voor een deel bestaat de bodem hier uit oer.


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /uːr/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

oer o

  1. uur
Verbuiging



Welsh

Bijvoeglijk naamwoord

oer

  1. koud