overuur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·uur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord overuur overuren
verkleinwoord overuurtje overuurtjes

Zelfstandig naamwoord

overuur o

  1. (economie) de tijd die men langer werkt dan waarvoor men is aangenomen
    • Overuren worden of betaald in geld of betaald in vrije tijd. 
    • Bij hogere functies is overwerk normaal en worden overuren niet vergoed. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.