middaguur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

op het middaguur gaat de schaduw van de blauwe paal over de meridiaanlijk
Uitspraak
Woordafbreking
  • mid·dag·uur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord middaguur middaguren
verkleinwoord middaguurtje middaguurtjes

Zelfstandig naamwoord

middaguur o

  1. het uur wanneer de zon het hoogste staat dus tussen ongeveer 12.00 en 13.00 uur
    • Maar vrijdag tegen het middaguur werd contact gelegd met zes overlevenden, en twee uur later konden Paretes vrouw en zoontje via een in de sneeuw gegraven tunnel naar boven worden gehaald, samen met vier anderen. [1] 
  2. een uur in de middag dus tussen 12.00 en 18.00 uur
Synoniemen
Typische woordcombinaties
  • rond het middaguur
ongeveer 12.00 uur

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Marc Leijendekker 20 januari 2017