ogenblik

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ogen·blik
enkelvoud meervoud
naamwoord ogenblik ogenblikken
verkleinwoord ogenblikje ogenblikjes

Zelfstandig naamwoord

ogenblik o

  1. moment, een bepaald tijdstip
  2. een korte tijdsduur
    Heeft u een ogenblikje? Ik zal u direct helpen.
Vertalingen