jaargetijde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jaar·ge·tij·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord jaargetijde jaargetijden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

jaargetijde o

  1. (tijdrekening), (eenheid) een deel van het jaar met unieke eigenschappen
    De jaargetijden waar veel mensen het meest van houden zijn de lente en de zomer.
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen