contactuur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·tact·uur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord contactuur contacturen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

contactuur o

  1. een uur dat een student les krijgt van een docent; een uur dat een docent lesgeeft aan studenten
    • In het hoger onderwijs zullen studenten voortaan minimaal 12 uur per week les krijgen van een docent. Dat hebben de hogescholen en universiteiten voorgesteld aan Halbe Zijlstra (Hoger Onderwijs). Sommige instellingen krikken hun minimum op naar 15 tot 20 contacturen per week. [1] 
    • Bovendien is volgens de woordvoerder het salaris van een Nederlandse leraar bovengemiddeld, is het salaris per contactuur (met leerlingen) hoog en zijn de starterssalarissen ook relatief hoog in vergelijking met andere landen. De AOB brengt daar echter weer tegenin dat leraren „niet concurreren met onderwijsinstellingen in het buitenland, maar zich moeten meten aan de eigen arbeidsmarkt”. [2] 
    • In totaal wordt er een bedrag vrijgemaakt dat kan oplopen tot één miljard euro om te investeren in 'beter en uitdagender onderwijs', meldt de Rijksoverheid. Daarbij valt te denken aan intensievere begeleiding, meer contacturen en beloning voor wetenschappers die goed lesgeven.. [3] 
    • Vervolgens is het aantal contacturen per college per week aan de UU zes, terwijl elders drie of vier gebruikelijk is; ook dat scheelt enorm. En dan geven docenten elders gewoonlijk ten hoogste vier cursussen per jaar, aan de UU kan dat oplopen tot acht en in extreme gevallen zelfs meer. Dit alles bij elkaar duidt op enorme verschillen in het aantal contacturen dat docenten verzorgen. [4] 
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen