vragenuur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vra·gen·uur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vragenuur vragenuren
verkleinwoord vragenuurtje vragenuurtjes

Zelfstandig naamwoord

vragenuur o

  1. een uur waarin vragen gesteld kunnen worden

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.