valreep

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • val·reep
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord valreep valrepen
verkleinwoord valreepje valreepjes

Zelfstandig naamwoord

valreep m

  1. een loopplank met leuningen naar een schip
  2. (figuurlijk) op het laatste moment
    • Hij kwam op de valreep aan bij het station zodat hij de trein nog net kon halen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie