lesuur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • les·uur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lesuur lesuren
verkleinwoord lesuurtje lesuurtjes

Zelfstandig naamwoord

lesuur o

  1. (onderwijs) de periode waarin iemand les heeft
    • Een lesuur duurt meestal 45 à 50 minuten. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie