Naar inhoud springen

tijdstip

Uit WikiWoordenboek
  • tijd·stip
enkelvoud meervoud
naamwoord tijdstip tijdstippen
verkleinwoord - -

hettijdstipo

  1. een punt in de tijd
    • Op dat tijdstip lag ik nog lekker te slapen. 
     Niet dat ik verwacht dat ze me op dit tijdstip nog zouden bellen, maar je weet het nooit.[1]
     Paul gaat op het bed zitten, aan mijn kant, op dezelfde plek waar ik vorig jaar rond dit tijdstip zat, kort voordat Emil op me dook en we voor de laatste keer seks hadden.[2]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  2. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be