Naar inhoud springen

tak

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: TAK
  • tak
  • In de betekenis van ‘spruit’ voor het eerst aangetroffen in 1275 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord tak takken
verkleinwoord takje takjes

detakm

  1. (beschrijvende plantkunde) een deel van een boom of struik dat aan de stam vastzit en waaraan bladeren groeien
     Zo zegt hij over de schoolmeesters: 'Daarom ga ik nu spreken over diegenen die de mensen wijs schijnen te vinden en die, zoals men zegt, de gouden tak najagen.[3]
  2. (economie), (organisatiekunde) een aftakking in een denkbeeldige boom (-> bedrijfstak, handelstak, industrietak etc.)
     De Amsterdamse tak van de partij had zich beklaagd over de slechte huisvesting van de zeeleeuwen.[4]
  3. (familie) groep van naaste familieleden binnen een stamboom
     Acht ouders (die de ‘oude takken’ werden genoemd) met tien kinderen tussen de acht en dertien jaar.[5]
  4. (geologie) afsplitsing van een rivier
  • Met wortel en tak uitroeien
iets volledig bestrijden om er geen last meer van te hebben
  • Van de hak op de tak springen
steeds weer van onderwerp wisselen en geen duidelijke rode draad in een verhaal hebben
 'Kinderen te krijgen?' Het was nogal een ommezwaai, maar ik was eraan gewend geraakt dat ze altijd van de hak op de tak sprong.[6]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[7]
  1. "tak" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. tak op website: Etymologiebank.nl
  3. Jan Bloemendal
    “Erasmus” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025312541
  4. Bronlink geraadpleegd op 17-7-2025 Weblink bron “Zeeleeuwen weg uit Artis, PvdD had geklaagd over verblijf.” (17-7-2025), NOS
  5. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  6. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
enkelvoud meervoud
naamwoord tak takke

tak

  1. tak

tak

  1. bedankt, dank u

    tak o

    1. dak
    2. grip
      enkelvoud meervoud
    onbepaald bepaald onbepaald bepaald
    nominatief   tak     takið     tøk     tøkini  
    genitief   taks     taksins     taka     takanna  
    datief   taki     takinum     tøkum     tøkunum  
    accusatief   tak     takið     tøk     tøkini  
    • tak

    tak

    1. nee; ontkenning die betrekking heeft op gezegde of bepaling
      «Bisa bicara bahasa Inggris? - Tak.»
      Spreekt u Engels? - Nee.
    2. niet; ontkenning van gezegde of bepaling
      «tak adil»
      onrechtvaardig

    tak

    1. maar

    tak

    1. maar echt, heus
    • tak
    • [1-3] Afkomstig van het Oudnoorse woord þak.
    • [4-7] Afkomstig van het Oudnoorse woord ta.

    tak o

    1. dak
      «Bil kjørte av veien og havnet på taket ved E6 i Skjeberg.»
      Een Auto reed van de weg en belandde op het dak op de E6 in Skjeberg.
    2. plafond
    3. (figuurlijk) bovengrens
    4. greep
    5. krachtproef
    6. vat, greep
    7. groeve
    o enkelvoud meervoud
    onbepaald bepaald onbepaald bepaald
    nominatief   tak     taket     tak     taka
    takene  
    genitief   taks     takets     taks     takas
    takenes  
    • tak
    • [1-3] Afkomstig van het Oudnoorse woord þak.
    • [4-7] Afkomstig van het Oudnoorse woord ta.

    tak o

    1. dak
    2. plafond
    3. (figuurlijk) bovengrens
    4. greep
    5. krachtproef
    6. vat, greep
    7. groeve
    o enkelvoud meervoud
    onbepaald bepaald onbepaald bepaald
    nominatief   tak     taket     tak     taka  
    genitief                        
    o
    bijvorm
    enkelvoud meervoud
    onbepaald bepaald onbepaald bepaald
    nominatief                     taki  
    genitief                        

    tak

    1. ja
    • tak

    tak

    1. zo
    • Oude schrijfwijze: tako
      • tak
      vorm met lidwoord
      enk tak  hu  
      mv a̱ti̱tak  ba  

      tak

      1. (anatomie) been, poot

      tak

      1. informeren, vertellen

      tak o

      1. dak
      2. plafond
      taks enkelvoud meervoud
        onbepaald bepaald onbepaald bepaald
        nominatief     tak     taket     tak     taken  
        genitief     taks     takets     taks     takens