katje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kat·je
Woordherkomst en -opbouw
  • [1]  kat zn  met het achtervoegsel -je
  • [2] omdat ze door een fluwelig oppervlak aan de huid van een kat doen denken of door de vorm aan een kattenstaat; in de betekenis van ‘bloeiwijze’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573 [1]
  • [3] omdat vorm en kleur soms doen denken aan een liggende kat [2]

Zelfstandig naamwoord

katje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kat
  2. dim. tant. (plantkunde) benaming voor de bloeiwijze van sommige planten en bomen
  3. dim. tant. (weekdieren) benaming voor verschillende soorten slakken uit de familie Cypraeidae op Wikispecies met glanzend gekleurde schelpen, gebruikt voor versiering en als ruilmiddel
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen