kattig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kat·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van kat (stam van het werkwoord katten) met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kattig kattiger kattigst
verbogen kattige kattigere kattigste
partitief kattigs kattigers -

Bijvoeglijk naamwoord

kattig

  1. onvriendelijk, de onaardige variant van assertief, en dat alles vooral als het over een meisje gaat
    • Het kattige meisje deed heel gemeen tegen haar vriendinnen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.