katachtigen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kat·ach·ti·gen
enkelvoud meervoud
naamwoord - katachtigen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

katachtigen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord katachtige
  2. (dierkunde) Felidae op Wikispecies familie binnen de orde van de roofdieren, onderdeel van de zoogdieren.
    • Huiskatten, tijgers en leeuwen zijn katachtigen. 
Vertalingen

Meer informatie