los

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
los of lynx.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • los
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘katachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1451 [1]
  • In de betekenis van ‘niet gebonden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1277 [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen los losser lost
verbogen losse lossere loste
partitief los lossers -

Bijvoeglijk naamwoord

los

  1. zonder vaste verbinding, niet bevestigd, ongebonden
    • De hond is los. 
  2. afzonderlijk, apart
  3. niet strak
  4. niet stijf, vlot, ongedwongen, ongegeneerd
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Als los zand aan elkaar hangen
zaken die niets met elkaar te maken hebben die samengebracht worden
  • De beer is los
  • Een steekje aan los zijn
iets klopt er niet aan
  • Er zit bij hem een steekje los
die is niet helemaal goed bij zijn hoofd
  • Op losse schroeven staan
helemaal niets zeker zijn

Bijwoord

los

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
Afgeleide begrippen
enkelvoud meervoud
naamwoord los lossen
verkleinwoord losje losjes

Zelfstandig naamwoord

los m

  1. (dierkunde), (katachtigen) Lynx lynx op Wikispecies een kattensoort met een korte staart
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
lossen

los

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lossen
    • Ik los. 
  2. gebiedende wijs van lossen
    • Los! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lossen
    • Los je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Nedersaksisch

Bijvoeglijk naamwoord

los

  1. open


Spaans

Lidwoord

los mmv

  1. de


Veluws

Bijvoeglijk naamwoord

los

  1. open