katoog

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kat·oog
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord katoog katogen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

katoog m

  1. een witte reflector vooraan op een fiets
    • Een katoog licht door de lichten van een tegenligger op als de ogen van een kat in het donker. 
Synoniemen

Gangbaarheid

57 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.