scheut

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scheut
enkelvoud meervoud
naamwoord scheut scheuten
verkleinwoord scheutje scheutjes

Zelfstandig naamwoord

scheut m

  1. een nieuw groeisel aan een plant
    Er komen allemaal nieuwe scheuten aan wat ik dacht dat het een dode stam was.
  2. een niet al te goed afgemeten hoeveelheid vloeistof, meestal snel geschonken uit een fles of kan
    Doe er nog een scheutje jenever bij!