krabbekat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krab·be·kat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord krabbekat krabbekatten
verkleinwoord krabbekatje krabbekatjes

Zelfstandig naamwoord

krabbekat v/m

  1. (dierkunde) een kat waar men al gauw een kras van krijgt
    • Kijk maar uit, het is een krabbekat waar je zo een haal van krijgt. 
  2. (psychologie) een chagrijnig persoon die met iedereen overhoop ligt
    • Oh, daar heb je die krabbekat ... wegwezen! 
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

40 % van de Nederlanders
41 % van de Vlamingen.