dieren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • die·ren
Woordherkomst en -opbouw
  •  dier zn  met de uitgang -en

Zelfstandig naamwoord

dieren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord dier
  2. alleen meervoud (biologie) een fylogenetisch rijk waar ook de mens toe behoort
    • Dieren zijn meercellige chemo-heterotrofe organismen. 
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
dar

dieren

  1. derde persoon meervoud toekomende tijd (futuro) van dar (modo subjuntivo/aanvoegende wijs)