leeuw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een leeuw.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leeuw
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘katachtige’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord leeuw leeuwen
verkleinwoord leeuwtje leeuwtjes

Zelfstandig naamwoord

leeuw m

  1. (katachtigen) Panthera leo op Wikispecies een groot katachtig roofdier met lange manen
    • De leeuw leeft in Afrika en in India. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Aan de klauw kent men de leeuw.
Het is gemakkelijk te zien dat iemand heerszuchtig, dominant, hebzuchtig e.d. is
  • Het is kwaad de leeuw te scheren.
Bij machtige personen moet men voorzichtig zijn in de omgang.
  • Vechten als een leeuw
Hard en onverschrokken vechten
  • Zich in het hol van de leeuw wagen
Ergens heen gaan waar je moeilijkheden kunt verwachten, onderhandelen met de vijand, (in ruimere zin) een groot risico nemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen