leeuw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Leeuw
Een leeuw

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leeuw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord leeuw leeuwen
verkleinwoord leeuwtje leeuwtjes

Zelfstandig naamwoord

leeuw m

  1. (roofdieren) bepaald soort zoogdier, Panthera leo op Wikispecies grote katachtige waarvan het mannetje lange manen heeft
    • De leeuw leeft in Afrika en in India. 
Hyponiemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
samenstelling met "leeuw" als laatste deel
Spreekwoorden
  • Aan de klauw kent men de leeuw.
Het is gemakkelijk te zien dat iemand heerszuchtig, dominant, hebzuchtig e.d. is
  • Het is kwaad de leeuw te scheren.
Bij machtige personen moet men voorzichtig zijn in de omgang.
Uitdrukkingen en gezegden
  • Vechten als een leeuw
Hard en onverschrokken vechten
  • Zich in het hol van de leeuw wagen
Ergens heen gaan waar je moeilijkheden kunt verwachten, onderhandelen met de vijand, (in ruimere zin) een groot risico nemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen