katten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kat·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘berispen’ voor het eerst aangetroffen in 1979 [1]
  • [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
katten
katte
gekat
zwak -t volledig

Werkwoord

katten [3] [4] [5] [6] [7]

  1. inergatief kattige opmerkingen maken
Hyponiemen

Werkwoord

vervoeging van
katten

katten

  1. meervoud verleden tijd van katten
    • Wij katten. 
    • Jullie katten. 
    • Zij katten. 

Zelfstandig naamwoord

katten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kat

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Achterhoeks

Zelfstandig naamwoord

katten

  1. meervoud van kat


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • kat·ten
Naar frequentie 3535

Zelfstandig naamwoord

katten, g

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van kat


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

katten

  1. meervoud van kat


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • kat·ten
Naar frequentie 2910

Zelfstandig naamwoord

katten, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van katt

Zelfstandig naamwoord

katten, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van katte
Schrijfwijzen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • kat·ten

Zelfstandig naamwoord

katten, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van katt

Zelfstandig naamwoord

katten, v

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van katte


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • kat·ten
Naar frequentie 2469

Zelfstandig naamwoord

katten, g

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van katt