kattenluik

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kat·ten·luik
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kattenluik kattenluiken
verkleinwoord kattenluikje kattenluikjes

Zelfstandig naamwoord

kattenluik o

  1. een kleine doorgang die wordt gesloten met een luik dat in een of twee richtingen kan scharnieren. Het geeft huiskatten de mogelijkheid de woning te verlaten en te betreden zonder menselijke tussenkomst, zonder de nadelen van een permanente opening


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie