poes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Poezen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • poes
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘vrouwelijke kat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1561 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord poes poezen
verkleinwoord poesje poesjes

Zelfstandig naamwoord

poes v

  1. (zoogdieren) Felis sylvestris catus, een van de oudste huisdieren van de mens
     `Onze gasten kunnen gerust slapen in de wetenschap dat hun vertrekken duchtig worden bewaakt; zei Montebello. `Om zich toegang te verschaffen tot de bovenverdiepingen dient men te passeren tussen de hybride verschijningsvorm van de angst en het verraderlijk spinnende poesje dat voor raadselen stelt, die respectievelijk staan voor het weinig realistische zelfbeeld van de man en het wezen van de vrouw, als u het mij toestaat u te amuseren met mijn dilettantisme op het gebied van de symboliek.[2]
  2. (eufemisme) vagina
     Z'n moeder had er met geen mens over gepraat, zeker niet omdat ze een natte poes had gekregen toen ze tijdens het gesprek naar Justins kruis staarde. Hilda was een zeer vunzige vrouw, die al jaren niet meer aan seks deed, maar in gedachten allerlei seksuele strapatsen uitvoerde met een keur aan mannen.[3]
     Vanavond had hij wel erg veel last van oorsuizingen. En het enige wat het voor hem nog een beetje draaglijk maakte, was een knokpartij, een natte poes of allebei. Op die manier kon hij de piep in zijn oren zo'n twee aangename uurtjes vergeten.[4]
     Nu, een poes likken is tenminste nog een dienst die geleverd moet worden, enige inspanning vergt, en waarbij het fysieke plezier grotendeels voor de ander is.[5]
  3. een vrouw
     Ook is die looze poes in 't Paradys gekomen, Wyl Adam ley gerust te droomen, Des zy hem tot een proef van haar goedaardig hart Een rib ontstal, 't begin van de algemeene smart.[6]
     Ge overdrijft. Woont die kleine met haar gekleurde haar nog onder u? vraagt David. Ik zeg: ik denk het wel. Weet ge nog altijd niet hoe die heet? vraagt David. Ge zijt zot, man, zo'n hete poes.[7]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[8]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "poes" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Pfeiffer, Ilja Leonard op Wikipedia “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 16
  3. Bronlink Weblink bron Herman Brusselmans op Wikipedia “De perfecte koppijn” (2007), Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044610987, p. 145
  4. Bronlink Weblink bron Mario Reading “De wederkomst” (2011), Overamstel Uitgevers, ISBN 9789049952761, p. 284
  5. Bronlink Weblink bron Heleen Debruyne, Anais Van Ertvelde “Vuile lakens: Een hedendaagse visie op seksualiteit” (2017), De Bezige Bij op Wikipedia, ISBN 9789023464372, p. 136
  6. Bronlink Weblink bron Jacob Campo Weyerman op Wikipedia “Den vrolyke tuchtheer” (1730), Joris vander Woude
  7. Bronlink Weblink bron Marnix Peeters op Wikipedia “De trapchauffeur” (2015), Overamstel Uitgevers, ISBN 9789048825561, p. 46
  8. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Achterhoeks

Zelfstandig naamwoord

poes

  1. (zoogdieren) poes
Synoniemen

Meer informatie


Cornisch

Bijvoeglijk naamwoord

poes

  1. zwaar


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

poes

  1. (zoogdieren) poes
Schrijfwijzen
Synoniemen

Meer informatie

Meer informatie


Veluws

Zelfstandig naamwoord

poes

  1. (zoogdieren) poes
Schrijfwijzen
Synoniemen