poes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Poezen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • poes
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘vrouwelijke kat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1561 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord poes poezen
verkleinwoord poesje poesjes

Zelfstandig naamwoord

poes v

  1. (zoogdieren) Felis sylvestris catus, een van de oudste huisdieren van de mens
     `Onze gasten kunnen gerust slapen in de wetenschap dat hun vertrekken duchtig worden bewaakt; zei Montebello. `Om zich toegang te verschaffen tot de bovenverdiepingen dient men te passeren tussen de hybride verschijningsvorm van de angst en het verraderlijk spinnende poesje dat voor raadselen stelt, die respectievelijk staan voor het weinig realistische zelfbeeld van de man en het wezen van de vrouw, als u het mij toestaat u te amuseren met mijn dilettantisme op het gebied van de symboliek.[2]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Achterhoeks

Zelfstandig naamwoord

poes

  1. (zoogdieren) poes
Synoniemen

Meer informatie


Cornisch

Bijvoeglijk naamwoord

poes

  1. zwaar


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

poes

  1. (zoogdieren) poes
Schrijfwijzen
Synoniemen

Meer informatie

Meer informatie


Veluws

Zelfstandig naamwoord

poes

  1. (zoogdieren) poes
Schrijfwijzen
Synoniemen