zeekat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee·kat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeekat zeekatten
verkleinwoord zeekatje zeekatjes

Zelfstandig naamwoord

zeekat v/m

  1. een tienarmige inktvis van het geslacht Sepia
    • Mijn dochter vond die zeekat maar eng. 
  2. een kraakbeenvis van de familie Chimaerida
    • Is dat dier een zeekat? 
  3. een bepaald soort marineboot
    • Kijk, daar vaart een zeekat. 

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie