Naar inhoud springen

afzonderlijk

Uit WikiWoordenboek
  • af·zon·der·lijk
stellend
onverbogen afzonderlijk
verbogen afzonderlijke
partitief afzonderlijks

afzonderlijk

  1. op zichzelf staand; niet verbonden met andere personen of zaken
    • The Hitchhikers guide to the galaxy bestaat nu uit 6 afzonderlijke delen. 
     Haar handelingen waren ingestudeerde gestes die zich volledig afzonderlijk van een innerlijk leven leken te voltrekken - daar waar de dingen hun ware vorm aannamen.[2]
     In een tijd waarin praktisch alle bouwactiviteiten geregeld en ingeperkt werden door de staat, of zo je wilde de partij, waren aanhoudende goede relaties misschien op de lange duur waardevoller dan winst in een afzonderlijk project.[3]
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[4]