open

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
De deur is open.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • open
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen open opener meest open
verbogen open opener meest open

Bijvoeglijk naamwoord

open

  1. niet gesloten
    Die deur is open.
  2. iedereen mag naar binnen, toegankelijk, openbaar
    Tijdens de open dag mag iedereen het bedrijf bekijken.
  3. niet bezet, beschikbaar
    Er zijn nog open plaatsen bij dit slecht bezochte concert.
  4. zonder een beslist einde
    Deze film heeft een open einde, we weten niet hoe het met de hoofdpersoon afloopt, dat moeten we zelf bedenken.
  5. een vraag waar je geen ja of nee op kunt antwoorden is een open vraag
    Hoe laat is het? is een open vraag. Bent u vandaag jarig? is een gesloten vraag.
  6. iemand die weinig geheim houdt is een open persoon, mededeelzaam, openhartig
    De extraverte flapuit kun je ook een open persoon noemen.
  7. iemand die geen leugens vertelt eerlijk, oprecht, recht door zee
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • open en bloot
voor iedereen is alles zichtbaar
  • met open vizier
eerlijk
  • met open armen ontvangen
hartelijk verwelkomen
  • met open armen
met veel genoegen
  • er met open ogen inlopen
de leugens van iemand anders geloven


Anagrammen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
openen

open

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van openen
    Ik open.
  2. gebiedende wijs van openen
    Open!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van openen
    Open je?

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Engels

Uitspraak

Bijvoeglijk naamwoord

open

  1. open
    «That door is open
    Die deur is open.
vervoeging
onbepaalde wijs to open
he/she/it opens
verleden tijd opened
voltooid
deelwoord
opened
onvoltooid
deelwoord
opening
gebiedende wijs open

Werkwoord

open

  1. openen
    «I open the door.»
    Ik open de deur.



Indonesisch

Uitspraak
  • [zelfstandig naamwoord] IPA: /opən/
  • [bijvoeglijk naamwoord] IPA: /open/
Woordafbreking
  • open

Zelfstandig naamwoord

open

  1. schrijfwijze voor oven: "oven"

Bijvoeglijk naamwoord

open

  1. aandachtig, zorgvuldig
Antoniemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • open
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Oudnoorse woord opinn
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud open opnare opnast
o enkelvoud ope
opent
meervoud opne
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
opne opnare opnaste

Bijvoeglijk naamwoord

open

  1. open
    «Vegen over fjellet er open for biltrafikk.»
    De weg over de berg is open voor het autoverkeer.
Synoniemen
Antoniemen