loszinnig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • los·zin·nig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van los en zin met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen loszinnig loszinniger loszinnigst
verbogen loszinnige loszinnigere loszinnigste
partitief loszinnigs loszinnigers -

Bijvoeglijk naamwoord

loszinnig

  1. lichtzinnig, niet doordacht
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.