mobiel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·biel
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen mobiel mobieler mobielst
verbogen mobiele mobielere mobielste

Bijvoeglijk naamwoord

mobiel

  1. zich met gemak verplaatsend
    Nu hij een auto heeft is hij veel mobieler geworden.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Overerving en ontlening
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord mobiel mobielen
verkleinwoord mobieltje mobieltjes
mobiel: 1. beweeglijk kunstwerk

mobiel

  1. m, o (kunst) kunstwerk dat door trillingen of luchtstromingen in beweging blijft, vaak doordat de samenstellende delen zo zijn verbonden dat ze telkens weer in een andere stand in evenwicht zijn
  2. v/m een mobiele telefoon
Synoniemen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie