loskomen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • los·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
loskomen
kwam los
losgekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

loskomen

  1. ergens niet meer aan/in vastzitten

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.