verwoesting

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·woes·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verwoesting verwoestingen
verkleinwoord verwoestinkje verwoestinkjes

Zelfstandig naamwoord

verwoesting v

  1. het aanbrengen van grote schade, tot een woestenij terugbrengen
    • De inname van de stad leidde tot de volledige verwoesting ervan. 
    • Russisch leger laat spoor van dood en verwoesting na rond Kiev. [1] 
     Ze giechelde een beetje over de 'terreuradvocaat'toen hij zich voorstelde, maar verontschuldigde zich meteen en zei dat ze zijn antifeministische verwoestingen aandachtig, maar met gemengde gevoelens, volgde.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. www.parool.nl (4 apr 2022)
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “De tweede doodzonde” (2020), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044645149
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be