verwoesting

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·woes·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verwoesting verwoestingen
verkleinwoord verwoestinkje verwoestinkjes

Zelfstandig naamwoord

verwoesting v

  1. het aanbrengen van grote schade, tot een woestenij terugbrengen
    • De inname van de stad leidde tot de volledige verwoesting ervan. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.