ongedwongen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ge·dwon·gen
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ongedwongen
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

ongedwongen

  1. zonder dwang, casual, los, zonder zich al te veel druk te maken om formele regels
    Zijn ongedwongen manier van spreken maakte de politicus populair bij de ondernemers die toch al niet van regels en wetten hielden.