apart

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • apart
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen apart aparter apartst
verbogen aparte apartere apartste
partitief aparts aparters -

Bijvoeglijk naamwoord

apart

  1. op zichzelf, afzonderlijk van het andere, afgezonderd, gescheiden, afzonderlijk
    Er is een apart WikiWoordenboek voor vele talen, maar zij zijn alle aan elkaar verbonden door interwikilinks.
  2. bijzonder, opmerkelijk, oorspronkelijk, origineel, exclusief, speciaal
    Wat een apart jasje heb je aan!
  3. buitenissig, excentriek, vreemd, raar, gestoord
    Hij blijft een heel aparte man.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Anagrammen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl