los-vast

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • los-vast
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen los-vast los-vaster (los-vastst) *
verbogen los-vaste los-vastere (los-vastste) *
partitief los-vasts los-vasters -

Bijvoeglijk naamwoord

los-vast

  1. niet heel erg vast
    • De echte donjuan had veel los-vaste relaties. 
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving "meest los-vast(e)" worden gebruikt.[1][2]

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
63 % van de Vlamingen.

Verwijzingen