afgezonderd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ge·zon·derd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen afgezonderd afgezonderder afgezonderdst
verbogen afgezonderde afgezonderdere afgezonderdste
partitief afgezonderds afgezonderders -

Bijvoeglijk naamwoord

afgezonderd

  1. in isolatie gebracht
Vertalingen

Bijwoord

afgezonderd

  1. in isolatie

Werkwoord

vervoeging van
afzonderen

afgezonderd

  1. voltooid deelwoord van afzonderen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.