afgezonderd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ge·zon·derd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen afgezonderd afgezonderder afgezonderdst
verbogen afgezonderde afgezonderdere afgezonderdste
partitief afgezonderds afgezonderders -

Bijvoeglijk naamwoord

afgezonderd

  1. in isolatie gebracht
Vertalingen

Bijwoord

afgezonderd

  1. in isolatie

Werkwoord

vervoeging van: afzonderen…
verbogen vorm: afgezonderde

afgezonderd

  1. voltooid deelwoord van afzonderen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be