loting

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lo·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord loting lotingen
verkleinwoord lotinkje lotinkjes

Zelfstandig naamwoord

loting v

  1. het loten
    • Met de loting zamelde men geld in voor een goed doel. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie