Naar inhoud springen

losse

Uit WikiWoordenboek
  • los·se
  • los met de uitgang -e

losse

  1. verbogen vorm van de stellende trap van los
     Isaac trok een kip uit de tas, haar losse veren dwarrelden op de grond en haar schilferige poten bungelden grappig in de lucht.[1]
     Links staat een prachtig gedecoreerd buffet en rechts zie ik verschillende losse tafels.[2]
vervoeging van
lossen

losse

  1. aanvoegende wijs van lossen
94 %van de Nederlanders;
85 %van de Vlamingen.[3]
  1. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


  • los·se
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
hele vervoeging zie losse/vervoeging
onbepaalde
wijs
losse
verleden
tijd
(er) hot gelosst
voltooid
deelwoord
gelosst
enkelvoud meervoud
1e persoon ich loss mir / mer losst
2e persoon du loscht [1] dihr / der
dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
losse
losst, losset
losse
losst
losse
losse
3e persoonerlosstsie
sie losst
es losst

losse

  1. hulpwerkwoord laten
  2. overgankelijk laten
  3. onovergankelijk laten
  4. wederkerend zich laten
  5. achterwege laten (niet doen), verzuimen
  6. afleggen (bijv. een uitleg), achterlaten (bijv. een antwoord)
  7. goedkeuren, toelaten, toestemmen
  8. laten blijven, iets laten zijn
  9. zich iets openlaten (bijv. alle mogelijkheden)
  1. Als de woordstam op een sisklank eindigt vervalt de sibilant [s].