losdag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • los·dag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord losdag losdagen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

losdag m [1]

  1. de periode die nodig is om de lading uit een schip te halen
  2. een dag waarop men een schip lost
Vertalingen

Gangbaarheid

54 % van de Nederlanders;
60 % van de Vlamingen.

Verwijzingen