loslaten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • los·la·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
loslaten
liet los
losgelaten
klasse 7 volledig

Werkwoord

loslaten

  1. (overgankelijk) niet langer vasthouden of inperken
    Hij liet haar niet los.