loswerken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • los·wer·ken
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

loswerken

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
loswerken
werkte los
losgewerkt
zwak -t volledig
  1. van iets dat het los komt te zitten en dus niet meer ergens aan vast zit of ergens contact mee maakt
    • De CT200h illustreert de spreekwoordelijke Japanse betrouwbaarheid. Het komt weleens voor dat de stekker van de hoogspanningsaccu zich iets loswerkt. Een kwestie van goed vastzetten, maar laat dat wel door de Wegenwacht doen! Nooit de tank helemaal leeg rijden: dan moet de hybride-accu extern worden geladen, een tijdrovende bezigheid. [1] 
    • Acht gebruikte bouten bleken bij onderzoek vijf millimeter lang, in plaats van de voorgeschreven drie millimeter. Ze waren ook niet van het juiste model, zodat ze zich konden loswerken. De dertig bouten die wel goed waren, bleken niet in staat het loszittende rompdeel aan het casco te klemmen toen het door de luchtstroom werd losgerukt. [2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. De Telegraaf 03 jun. 2018 Wat koop je voor… € 12.500?
  2. Het Parool HERMAN STIL 10 NOVEMBER 2017 KLM-toestel dat paneel verloor gebruikte verkeerde bouten
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be