losheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • los·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van los met het achtervoegsel -heid
enkelvoud meervoud
naamwoord losheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

losheid v [1]

  1. het informeel zijn
    • Bovendien spreekt hij te snel, alsof hij op het feestje van de baas is. Ebbink adviseert de nieuwslezer dan ook om langzamer te praten. Maar, zo benadrukt ze, voor het presenteren van een talkshow of amusementenprogramma's kunnen juist de losheid en lichtheid van Nieman van pas komen. [2] 
    • ,,Het corset waarin een nieuwslezer zit, begon te veel te knellen. Bij BNR leid ik debatten, werken we met panels; ik ontdekte een soort losheid en diepgang die ik bij RTL niet heb. Bij het RTL Nieuws is over elke komma nagedacht en is de bewegingsvrijheid heel klein. Ik heb er jaren fantastisch gewerkt, maar ik ontdek nu dat meer is in het leven en dat ik meer wíl in het leven. Ik ben 53: als ik dit niet doe, gebeurt het waarschijnlijk nooit meer.” [3] 
  2. ontspannen
    • "Dat komt door zenuwen en losheid. Ik ben geen moment echt los geweest. Mijn benen niet, mijn armen niet. Dus ja, dan wordt het heel lastig. Er was geen één moment dat ik echt goed in de wedstrijd zat." [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Verwijzingen