matin
Uiterlijk
- via Oudfrans matin van zelfstandig gebruikt Latijn matutinum onzijdig enkelvoud van het adjectief matutinus "wat te maken heeft met de morgen"; verdreef de Oudfranse variant main wat direct van Latijn mane "morgen" komt [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| matin | le matin | matins | les matins |
matin m
- [1] être du matineen ochtendmens zijn
- matinée [1]
- ↑ matin (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.