vorgestern

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • vor·ges·tern

Bijwoord

vorgestern

  1. (tijdrekening) eergisteren
    «Ich habe vorgestern etwas verkehrtes gegessen.»
    Ik had eergisteren iets verkeerds gegeten.
Verwante begrippen