woensdag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • woens·dag
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘vierde dag van de week’ voor het eerst aangetroffen in 1260 [1]
  • Het eerste lid verwijst naar de Germaanse god Wodan, die gelijk werd gesteld aan Mercurius en zo is de naam van de dag ontleend aan het Latijnse dies Mercurii (dag van Mercurius). Het tweede lid is dag met het invoegsel -s-.
enkelvoud meervoud
naamwoord woensdag woensdagen
verkleinwoord woensdagje woensdagjes

Zelfstandig naamwoord

woensdag m

  1. (tijdrekening), (dag) een dag van de week die na dinsdag en voor donderdag komt
    • Op woensdag hebben leerlingen slechts een halve dag school. 
Schrijfwijzen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Achterhoeks

enkelvoud meervoud
naamwoord woensdag woensdagen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

woensdag

  1. (tijdrekening)(dag) woensdag; een dag van de week die na dinsdag en voor donderdag komt


Gronings

Zelfstandig naamwoord

woensdag

  1. (tijdrekening)(dag) woensdag; een dag van de week die na dinsdag en voor donderdag komt
Schrijfwijzen


Nedersaksisch

enkelvoud meervoud
naamwoord woensdag woensdagen / woensdaege
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

woensdag

  1. (tijdrekening)(dag) woensdag; een dag van de week die na dinsdag en voor donderdag komt
Schrijfwijzen
Synoniemen

Meer informatie

Meer informatie


Sallands

Zelfstandig naamwoord

woensdag

  1. (tijdrekening)(dag) woensdag; een dag van de week die na dinsdag en voor donderdag komt


Stellingwerfs

Zelfstandig naamwoord

woensdag

  1. (tijdrekening)(dag) woensdag; een dag van de week die na dinsdag en voor donderdag komt
Verwante begrippen


Surinaams

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

woensdag

  1. woensdag


Dagen in het Surinaams
munde
maandag
tudewroko, dinsdag
dinsdag
dridewroko, woensdag
woensdag
fodewroko, donderdag
donderdag
freida
vrijdag
satra, sabat, sabatdei
zaterdag
sonde
zondag



Twents

Zelfstandig naamwoord

woensdag

  1. (tijdrekening)(dag) woensdag; een dag van de week die na dinsdag en voor donderdag komt
Schrijfwijzen
Synoniemen


Veluws

Zelfstandig naamwoord

woensdag

  1. (tijdrekening)(dag) woensdag; een dag van de week die na dinsdag en voor donderdag komt
Schrijfwijzen

Meer informatie