morgenstond

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mor·gen·stond
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord morgenstond morgenstonden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

morgenstond m

  1. de aanbreken van de vroege morgen
    • De morgenstond brak al vroeg aan. 
Uitdrukkingen en gezegden

De morgenstond heeft goud in de mond.

  • Vroeg opstaan is profijtelijk.
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen