avond

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

avond
Uitspraak
Woordafbreking
  • avond
enkelvoud meervoud
naamwoord avond avonden
verkleinwoord avondje avondjes

Zelfstandig naamwoord

avond m

  1. (tijdrekening) de tijd tussen 6 uur 's avonds en 12 uur 's nachts
    • In de avond van 13 op 14 februari werd zij als vermist gemeld. 
  2. (meteorologie) de periode van de dag waarin het nacht wordt.
    • In de avond is het vaak nog niet geheel donker. 
  3. (tijdrekening) de tijd tussen de middag en het naar bed gaan.
    • In de avond lezen we een boek bij kunstlicht. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Men moet de dag niet prijzen voor het avond is.
pas als alles gedaan is kun je zeggen of het goed ging
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie