avond

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

avond
Uitspraak
Woordafbreking
  • avond
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘tijd waarin de duisternis intreedt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord avond avonden
verkleinwoord avondje avondjes

Zelfstandig naamwoord

avond m

  1. (tijdrekening) de tijd tussen 6 uur 's avonds en 12 uur 's nachts
    • In de avond van 13 op 14 februari werd zij als vermist gemeld. 
     De brandende lampion die de kinderen, op de avond van Sint Maarten, zingend langs de huizen dragen, de kerstboom, de suizende lichtpijlen als het nieuwe jaar begint en de hoge sprong over het vuur op het zomerfeest van Sint Jan.[2]
  2. (meteorologie) de periode van de dag waarin het nacht wordt.
    • In de avond is het vaak nog niet geheel donker. 
  3. (tijdrekening) de tijd tussen de middag en het naar bed gaan.
    • In de avond lezen we een boek bij kunstlicht. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Men moet de dag niet prijzen voor het avond is.
pas als alles gedaan is kun je zeggen of het goed ging
  • Hoe later op de avond hoe schoner volk
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen