zaterdag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·ter·dag
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Latijnse dies Saturni (dag van Saturnus).
enkelvoud meervoud
naamwoord zaterdag zaterdagen
verkleinwoord zaterdagje zaterdagjes

Zelfstandig naamwoord

zaterdag m

  1. (tijdrekening), (dag) een dag van de week die na vrijdag en voor zondag komt
    Zaterdag is de eerste dag van het weekend.
    «Zaterdag is de zevende dag van de week.»
Schrijfwijzen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie