zomeravond

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zo·mer·avond
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zomeravond zomeravonden
verkleinwoord zomeravondje zomeravondjes

Zelfstandig naamwoord

zomeravond m

  1. (tijdrekening) de uren tussen de middag en de nachtelijke uren van een dag in de zomer.
    • Tijdens de frisse zomeravond maakten we een wandeling over het strand. 
  2. een zomerse avond
    • Wanneer de laatste gloor der stille zomeravond
      Daarheen smelt en bezwijmt in 't zachte schemergraauw,
      O Wie dan voelde nooit verkwikkend - troostend - lavend
      De weelde van dat uur, als zwoele hemeldauw
       [1]
Verwante begrippen

Verwijzingen

  1. Uit het gedicht "Zomeravond" van Lord Byron, vertaling door Nicolaas Beets. Parisina en andere gedichten van Lord Byron, p. 129. In 1837 door Erven F. Bohn uitgegeven.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.