môre

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Afrikaans

Uitspraak
  • IPA: /ˈmoːrə/

Bijwoord

môre

  1. morgen

Tussenwerpsel

môre

  1. goedemorgen, dag, hoi, hallo
Overerving en ontlening
enkelvoud meervoud
naamwoord môre môres

Zelfstandig naamwoord

môre

  1. morgen, ochtend
Synoniemen